woensdag 20 oktober 2010

Sociale netwerken

Voor de derde opdracht van de cursus Digitale Communicatie heb ik mijn gebruik van sociale netwerken geanalyseerd. Daarnaast heb ik getracht mijn gebruik van deze netwerken in een wetenschappelijk kader te plaatsen.

Al in de vorige eeuw schreven Wellman en Hampton (1999) “Living networked in a wired World”. Zij geven aan dat de ‘boxes society’ aan het veranderen is in een ‘network society’. Ze bestuderen de verschillen tussen het leven in traditionele groepen met het bestaan binnen een sociaal netwerk. Om hier antwoord op te vinden bestudeerden ze de case ‘Netville’, een dorpje dat was uitgerust met een compleet digitaal netwerk.

Anno 2010 is heel de wereld verbonden met elkaar door sociale netwerken en is er haast geen ontkomen meer aan. Sociale netwerken hebben een aantal belangrijke kenmerken: 1. Het stelt individuele gebruikers in staat op een publiek of semi-publiek profiel aan te maken in een afgebakend systeem, 2. Zelf medegebruikers te kiezen waarmee ze gegevens willen delen en 3. Hun netwerk te koppelen aan de netwerken van andere gebruikers binnen het systeem. De manier waarop dit is vormgegeven verschilt per sociaal netwerk (Wellman & Hampton, 1999).

Jarenlang heb ik het volgehouden om in tegenstelling tot veel van mijn vrienden geen Hyves-account aan te maken. Ik zag geen meerwaarde van Hyves in vergelijking met MSN Messenger, waarin je ook met elkaar contact kan houden op afstand. In mijn beslissing hebben privacyargumenten altijd een grote rol gespeeld. Daarnaast vond ik het een beperking dat Hyves slechts een nationaal platform is.

Tijdens mijn uitwisseling in Australië werd echter duidelijk dat sociale netwerksites wel degelijk mogelijkheden bieden. Het is allereerst een uitermate geschikt platform om met vrienden van over de hele wereld in contact te blijven. Daarnaast is het een goede mogelijkheid om je lid te maken van sites waarin je geïnteresseerd bent. Ik ben dan ook lid geworden van onder andere Greenpeace, De Standaard Online, DWDD en het Internationale Olympisch Comité. Het personaliseren van mijn account vind ik een zeer groot pluspunt. Het is wel belangrijk dat mijn persoonlijke informatie niet voor iedereen zichtbaar is. Mijn facebook-account is dan ook enkel toegankelijk voor vrienden.

Ik gebruik Facebook als een vorm van entertainment en als een creatief platform. Facebook is voor mij veel minder een platform op te netwerken en contacten te leggen met de juiste mensen voor mijn toekomstige carrière. Ik ben me wel bewust dat ik ook moet uitkijken welke informatie ik op mijn facebookpagina zet. Wanneer het eenmaal op Internet is verschenen is, is het moeilijk te verwijderen uit cyberspace. LinkedIn lijkt mij een veel geschikter medium om te netwerken. De informatie die gedeeld wordt, is veel formeler en voor een ander doel bestemd. Tot op heden heb ik nog geen LinkedIn-account, maar dat zal zeker niet lang meer gaan duren met het oog op de nabije toekomst.

Zelf heb ik niet te drang om anderen constant op de hoogte te houden waar ik zoal mee bezig ben. Daarentegen vind ik het wel zeer interessant om bepaalde sporters en internationale sterren te volgen op Twitter. Zo volg ik het hele jaar door de verrichtingen van de internationale schaatstop, maar ook de opwindende levens van Carice van Houten en Lance Armstrong volg ik op de voet. Ik gebruik twitter veel meer als een nieuwsmedium, dan als een interactief medium (Huberman, Romero & Wu, 2008). Ondanks dat Twitter daar alle kansen toe biedt, reageer ik nooit op tweets.

Steeds vaker worden de bovengenoemde sociale netwerken geïntegreerd. Ik post namelijk regelmatig youtube-filmpjes op Facebook of ik reageer op Youtube-filmpjes van vrienden, maar ik zal nooit reageren op een filmpje binnen Youtube zelf. Daarnaast kun je ook Facebook koppelen aan Twitter, zodat je niet twee keer hetzelfde bericht hoeft te plaatsen. De technologie maakt het de gebruiker steeds makkelijker om informatie te delen met verschillende netwerken tegelijk. Hier schuilt wellicht een gevaar voor gebruikers die niet zorgvuldig met hun persoonlijke informatie omgaan.

Ik maak dus gebruik van verschillende sociale netwerken, maar ik gebruik ze allemaal op een specifieke manier. Ik gebruik niet alle toepassingen van de sociale media, maar ik heb mijn eigen gebruikersstijl ontwikkeld. De sociale netwerken bieden de mogelijkheid om zelf te bepalen hoe je het medium gebruikt, waardoor je ze kan personaliseren naar eigen interesses. Ik ben me echter wel actief bewust dat alle informatie die ik online zet, ergens in cyberspace blijft hangen. Zeker met het oog op toekomstige sollicitatieprocedures ben ik alert op welke informatie ik deel binnen sociale netwerken.


Bibliografie:

Boyd, M. D., Ellison, N. B. (2008) Social Network Sites: Definition, History and Scholarship. Journal of Computer-Mediated Communication 13, 210-230.

Huberman, B. A., Romero, D. M., Wu, F. (2008). Social networks that matter: Twitter under the microscope.

Wellman, B., Hampton, K. (1999) Living Networked in a Wired World. Contemporary Sociology 28-6.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten